Jacobs’ Chanoeka-toer, dag 4 – Maastricht

Voor de zeventiende keer staat dit jaar de menora op het dak van het Appel Park Hotel in Maastricht, aan de A1. Het begon met een toeval. Mijn schoonzoon, rabbijn Stiefel, gaf Joodse les aan Limburgse kinderen in Maastricht. Toen hij op het dak van het hotel aan de snelweg een grote kerstboom zag prijken, zei hij spontaan tegen hotelmagnaat Benoit Wesly: “en waar is de menora?” Een dag later reed ik met diezelfde heer Wesly langs het hotel. En ook ik sprak mijn verbazing uit over de aanwezigheid van de kerstboom en het ontbreken van een menora. Maar Wesly is geen Wesly als niet nog in dezelfde week een torenhoge menora een vaste plaats verkreeg op het hotel-dak aan de snelweg Amsterdam-Maastricht.

Ieder jaar kom ik in de Limburgse hoofdstad langs om een lichtje aan te steken. Gisteren was het weer zo ver. Ik had afgesproken om een uur eerder aanwezig te zijn om de installatie van de nieuwe rabbijn van Limburg te bespreken. Wie gaan er spreken? Hoe installeren we? En wie nodigen we wel of niet uit? Welke muziek? Cadeau? Enfin, alles werd opgelost, het draaiboek is klaar. Zelfs de hoofdspreker heeft al toegezegd en de muzikanten weten wat er van hen verlangd wordt. De eerste officiële inauguratie van een rabbijn in het naoorlogse Limburg kan beginnen!

Maar eerst nog moest de menora aangestoken worden, de toespraken gehouden worden, het Ma’oz Tsoer gezongen worden en de voortreffelijke maaltijd van Hoffy’s uit Antwerpen geheel verorberd worden. Organiseren daar in het zuiden van ons land, kunnen ze wel en voor een feestje zijn ze altijd in. Maar met het aansteken van de gigantische menora-op-het-dak  werd ook dit jaar weer gesjoemeld! Want in plaats van een stevige Maastrichtse kerel op een wiebelende trap het dak op te sturen, staat er beneden een computer en moet de aansteker door een enkel druk op het juiste knopje, het vierde licht ontsteken!  Ik blijf het onsportief vinden. Maar ja, wie ben ik?

En dus, na het totale programma te hebben afgewerkt, reed ik weer terug richting bed. Stiekem zat ik al in de auto te dromen over een hele nacht slaap. Mijn dochter uit Londen aan de telefoon. Ze hadden vierhonderd kinderen bij de ‘Chanoeka fun-dag”. En toen dochter Almere uit Lelystad: “de secretaresse van de burgermeester, blijkt Joods te zijn”.

Steeds weer, bij nagenoeg elke menora bijeenkomst, treffen we mensen die pas recentelijk hebben gehoord dat ze Joods zijn… en nu op zoek zijn, een thuis willen hebben, ergens bijhoren. Ik mag voor hen een zachte landing voorbereiden en ze laten voelen dat ze meer dan welkom zijn. Ik was bijna thuis, nog zo’n zestig kilometer en het klokje in de auto geeft aan dat het bijna elf uur is. Telefoon! Die mijnheer weer, die bijna dood zou zijn en die me eergisteren om kwart voor twee ’s nachts belde. Hij bood wederom zijn excuus aan en geeft aan dat hij mij niet tot last wil zijn. Ik bel hem morgen wel even, maar ik trek het niet om hem even tussendoor te gaan bezoeken. Ik hoop dat hij dat accepteert. Maar ondertussen zal ik hem wel moeten helpen met, waarschijnlijk, veel aandacht.

Op naar morgen, naar de grootste menora van Europa, geplaatst voor het Vredespaleis in Den Haag. Joden en niet-joden zullen daar samen aansteken. En dat gezamenlijke is vandaag de dag een must. De duisternis van secularisatie neemt zeer sterk toe. Criminele krachten gebruiken de godsdienst als een arena om hun strijd te strijden. En wat doen wij er tegen? We ontsteken het kleine vlammetje als het buiten donker is.’

Bron: Jonet.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail