Jacobs’ Chanoeka-toer, dag 6 – Middelburg en Utrecht

Het was mij niet duidelijk waarom mij gevraagd is om voor Jonet een “dagboek” te schrijven. Iedere nacht, nadat ik eindelijk thuis was gekomen, zat ik een fikse tijd achter mijn computer voor Jonet te werken. Ik stel dan ook voor om het komend jaar het “dagboek” gewoon een “nachtboek” te noemen.

Vandaag was het een race tegen de klok. Eerst om half vijf voor de tweeëntwintigste keer het prachtige stadhuis van Middelburg bezocht. Afgeladen! Dat gaf mij een gevoel van voldoening. Wat mij een nog beter gevoel gaf, was de vervanging van de oude gammele ladder, nodig om de lichtjes te kunnen bereiken, door een nieuwe, die gewoon bleef staan waar hij geplaatst was. En natuurlijk de vrijwillige geweldige chauffeur die me op perfecte, veilige en supersnelle wijze van Beekbergen via Amersfoort naar Middelburg heeft gereden. Daarna naar Utrecht en na de menora achter het oude Utrechtse stadhuis via de bijeenkomst van de Joodse gemeente in sjoel, eindelijk naar huis. Jammer dat ik niet kon nablijven in Middelburg. Een babbeltje hier en een praatje daar, verspreiden minstens net zoveel licht als de menora zelf. Gebabbeld heb ik wel voorafgaand aan de Zeeuwse menora. Als opperrabbijn word je regelmatig gevraagd om “zitting te nemen in……”. Zo’n “zitting nemen in” heeft meestal weinig tot niets om het lijf: je zit er gewoon in, soms jaren lang. De Netty van Hillesum Stichting in Middelburg heeft een comité van aanbeveling, en daar zit ik dus ook in te zitten! Normaliter wordt er van zo’n ‘zitter’ niets verlangd. Maar hier was het bestuur de mening toegedaan dat leden van het Comité van Aanbeveling elkaar moesten ontmoeten. En dus was ik al een uur voor de Menora happening in het prachtige stadhuis van de Zeeuwse hoofdstad.

Tussen Middelburg en Utrecht heerste een dichte mist, en toch waren we op tijd bij het oude Utrechtse stadhuis. Het wemelde van de politieagenten. We werden door politie op de fiets veilig en wel naar de Place de la Menora begeleid. Een betere service was niet denkbaar. Waar Middelburg meer dorps voelde, in de positieve zin van het woord, voelde de bijeenkomst in Utrecht groot, breed en luid. Rabbijn en mevrouw Heintz hadden een perfect feest neergezet. Niets ontbrak! Het was in een woord: af! Met dank aan de vele vrijwilligers van Christenen voor Israël die bewaakten, serveerden, beveiligden en het meest belangrijk: ze droegen een geel fluoriserend vest. Het programma? Sprekers en gezang en natuurlijk: het aansteken van de menora, het zesde lichtje. Na het stadhuis: op naar de synagoge. En daar werden wederom de kaarsjes aangestoken. En zojuist heb ik, voor de vierde keer vandaag, net voor ik mijn bed indook, thuis ook nog eens onze eigen menora aangestoken. En als ik dadelijk in mijn bed lig en de slaap niet kan vatten, dan ga ik geen schaapjes tellen, maar lichtjes. O ja, waarover heb ik gesproken bij de lezing in Utrecht: ‘Chanoeka NU!

Ik sluit nu mijn “nachtboek”, welterusten en goede ochtend.’

Opperrabbijn Binyomin Jacobs (IPOR en voorzitter van het Nederlandse College voor Rabbinale Zaken) maakt ook dit jaar weer een ronde langs verschillende menora’s in heel Nederland, om deze in het openbaar aan te steken. Net als in voorgaande jaren schrijft hij een dagboekverslag voor Jonet.

Bron: Jonet.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail