Jacobs in Oekraïne – dag 4: Marioepol

‘De hele dag ben ik in Marioepol. Heb alleen weinig lokaal gereisd en dus bijna geen kuilen en honderden kilometers droogtrommel. Het was geweldig intens, indrukwekkend en aangrijpend. Aangrijpend was de ontmoeting met de 87-jarige vitale oud-lerares. Sinds enige weken heeft deze intelligente niet-Joodse vrouw haar mond geopend. Als meisje van elf jaar heeft ze  gezien, met haar eigen ogen, wat zich heeft afgespeeld in de plaats Agrobaza. Na uren lopen, omringd door soldaten met honden,  kwamen ze dan eindelijk aan, niet ver van haar huis. Ze heeft ons laten zien waar alle Joden hun kleren moesten neerleggen, ze heeft het schieten gehoord en het gegil in haar geheugen opgeslagen. Hoe ze ook heeft geprobeerd, het viel niet te deleten. Ze liet ons zien in welke grote schuur de Joden de nacht moesten doorbrengen als zij die dag niet meer “aan de beurt” waren gekomen. Een vrouw van bijna negentig, een en al verdriet, getraumatiseerd door de beelden die op haar netvlies staan gegraveerd.

De lokale gemeenschap is bezig om het terrein terug te krijgen van de burgerlijke gemeente. En daar stonden we dan, aan de rand van het massagraf. Zes meter breed en bijna twee kilometer lang. Oorspronkelijk bedoeld als een diepe geul die optrekkende tanks de weg zou moeten versperren. De geul kreeg een ander doel. Zeventigduizend mensen, allen vermoord. Zestienduizend van hen Joden. En na de moordpartij werden systematisch hun huizen leeggeroofd. De jonge rabbijn van Marioepol, samen met zijn bestuurders, gaan de niet te vatten geschiedenis zichtbaar maken. Een namenwand met veel te weinig namen, want de meesten werden niet eens geregistreerd. Een plaats om een kaarsje aan te steken en een hek om het terrein, opdat op z’n minst hun laatste “rustplaats” nooit zal worden vergeten.

Daarna een bezoekje aan een Joodse vrouw van een jaar of zestig. Ik wilde graag zien aan wie de rabbijn voedselpakketten uitdeelt. Is de armoede dan zo groot dat een voedselpakket noodzaak wordt? En ik heb het geweten. Een weduwe, die met haar zoon, schoondochter en kleinkind in een piepkleine krot wonen. Niet te filmen wat ik daar heb gezien. Zelfs het woord straatarm dekt hier de onbeschrijfelijke armoede geheel niet. Marioepol is per vliegtuig niet meer bereikbaar. Niemand wil hier investeren en hier komen wonen is al helemaal niet aan de orde. Het dreigt een status aparte te krijgen. Het ligt letterlijk en figuurlijk tussen de elkaar bestrijdende partijen Rusland en Oekraïne in. Vandaag zijn weer twee soldaten gesneuveld. De voertaal hier in Marioepol is Russisch, maar deze stad ligt in Oekraïne. Was het vorig jaar nog overduidelijk dat de lokale sympathie naar de Russen ging, nu, een jaar later, voelt de bevolking zich bijna fanatiek ingezetene van Oekraïne. En ondertussen loopt de synagoge vol, of beter gezegd: de eetzaal van de synagoge. Ik tel meer dan zestig mensen. Ze zitten braaf aan tafel te wachten op hun gratis maaltijd. Dagelijks rond het lunchuur en ‘ s avonds rond zessen, komen ze binnen om in de gaarkeuken hun maaltijd te verkrijgen. Meest oudere mannen en vrouwen, maar ook jongeren. Ik heb niet het gevoel in Europa te zijn en al helemaal niet anno 2017. Maar deze jonge rabbijn heeft het zwaar. Vandaag heeft hij afscheid genomen van een actief Joods gezin. Ze vliegen morgen naar Israël. Rabbijn Mendel is blij, maar het is bij navraag een depressieve blijheid. Hij heeft al meer dan honderd leden dit jaar geholpen met advies en financiën om Marioepol in te ruilen voor Israël. De waarschijnlijkheid dat hij over enige jaren zijn eigen Joodse gemeente naar de ondergang heeft geholpen is meer dan reëel. En wat moet hij dan doen? Rabbijn zijn van een stad zonder Joden en zich uitsluitend concentreren op het massagraf met de zestienduizend vermoorde leden? En toch gaat hij verder.

Een rabbijn is er primair voor zijn leden en pas daarna behoren zijn eigen persoonlijke carrière en welzijn in beeld te komen.
Bij de lezing die ik mocht geven waren meer dan honderd mannen en vrouwen aanwezig. Ze hunkerden naar Jodendom. Allen kwamen ze mij na afloop de hand schudden. Alle handen waren warm. Ze straalden vriendschap uit, verbondenheid, geschiedenis en toekomst. Als het nieuwe hekwerk een feit is geworden en het monument wordt onthuld, hoop ik dat ze mij uitnodigen. Niet om vooraan te staan, maar om dan samen met die oud-lerares te huilen van verdriet, onbegrip en vreugde. Vreugde omdat uiteindelijk wij Joden nog steeds bestaan, zelfs in Marioepol.’

– Opperrabbijn Binyomin Jacobs trekt in de eerste week van juli 2017 door Oekraïne om Joden aldaar te helpen. Hij houdt daarover voor Jonet.nl een dagboekverslag bij – 

Bron: jonet.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Jacobs in Oekraïne – dag 3: tegenstellingen

‘De drie namen zijn snel neergeschreven, maar het was een gigantische dag. Alles bij elkaar zo’n zeven uur gereden. Gereden? Het had meer weg van een trommelwasmachine, maar dan een die niet op zijn plaats blijft staan. Het is inmiddels twee uur van de volgende dag, dus dinsdagochtend. De wegen waren vol diepe gevaarlijke kuilen…Lees Meer