Herdenking Kindertransporten Vught 2017, Toespraak Opperrabbijn B. Jacobs

En hier staan we dan weer, bij het kindermonument. Jaar in jaar uit mag ik proberen om hier een voorstelling maken van hetgeen onvoorstelbaar is. Ik mag luisteren ieder jaar weer vol aandacht en onbegrip naar Donald de Marcas die de proclamatie voordraagt: tenslotte delen wij u nog mede, dat de goede hoop bestaat, dat de kinderen hier in het land ondergebracht zullen worden en de ouders kunnen dan, indien zij dit wensen nog terugkeren.
Donald de Marcas heeft die afschuwelijke jaren fysiek meegemaakt, het is hoorbaar in zijn stem, en ik ben een kind van de naoorlogse generatie. Alles was bij ons thuis vóór en ná de oorlog. En ik moest viool spelen, omdat oom Joseph, die als Joodse verzetstrijder was opgepakt en daarna vermoord, ook viool speelde.
Hoe lang gaan wij nog door met herdenken? Het aantal overlevenden slinkt met de dag en ook de zogenaamde tweede generatie is al met pensioen. Mijn kleinkinderen, zo vraag ik mij al jaren af, zullen die nog gevoel kunnen hebben bij de namen op het kindermonument. De vermoorde kinderen hadden hun overgrootouders moeten zijn. En de waarschuwing die moet uitgaan van deze plaats? Die zal niet meer nodig zijn, dacht ik ietwat naïef, want iedereen heeft het nu wel begrepen.
Toen ik op school leerde dat er een bepaald soort ratten bestaat, ik meen mij te herinneren in Scandinavië, dat eens in de zoveel tijd collectief zelfmoord pleegt door met zijn allen naar de zee te rennen om daar vervolgens te verdrinken, dacht ik toen: wat een domme beesten. Maar toen ik wat ouder werd zag ik hetzelfde destructieve gedrag ook bij het intelligente wezen dat ‘mens’ wordt genoemd.
• Tijdens de meidagen zijn 2.200 militairen omgekomen.
• Tussen 1940-1945 lieten tussen de 225.000 en 250.000 Nederlanders het leven.
• Van de 107.000 gedeporteerde Nederlandse Joden zijn er 104.000 vergast.
• 240 leden van Sinti en Roma zijn in Auschwitz vermoord.
• 2.000 verzetstrijders zijn doodgeschoten vanwege gepleegd verzet en ook 850 niets vermoedende burgers werden toevallig hierin meegenomen.
• 20.500 burgers kwamen om bij bombardementen en gevechten in de frontlinies.
• 30.000 Nederlandse dwangarbeiders stierven als gevolg van uitputting en bombardementen.
• De bevrijding van Nederland kostte 50.000 militairen het leven.
• Enz.
• En in totaal kwamen ca. 55 miljoen mensen om, tussen 1939 – 1945.
Vorige week waren wij niet weg te slaan bij de radio en tv vanwege de aanslag in Londen, waar acht doden te betreuren vielen.
En terwijl er elders in de wereld duizenden en duizenden worden vermoord of misbruikt, maken wij in Nederland een wet tegen verbale intimidatie in het publieke domein (terecht!) en kijken we weg van de mensenhandel van honderden vrouwen die, gewoon in ons zo fatsoenlijke landje, tot prostitutie worden gedwongen en voor derden hun lichaam moeten omzetten in geld. En via de zegen of de vloek van sociale media bloeit afpersing en nog veel erger…….
Maar gelukkig is onze overheid tegen discriminatie en beschermt haar burgers. Jammer dat een gemeenteraadslid uit Den Haag meende zich te moeten uiten op een wijze die onacceptabel is en i.p.v. verzoening, antisemitische haat verkondigde en die mij doet afvragen:
Waar gaan we met zijn allen heen? Want laten we goed beseffen: de Joden hadden gedurende de Kruistochten het verkeerde geloof. Tijdens de Middeleeuwen, als ergens de pest uitbrak, mochten zij verdelgd worden omdat zij gelijk een schadelijk virus waren. In de Tweede Wereldoorlog hadden de Joden het verkeerde ras. En het ultieme kwaad dat te pas en te onpas bestreden moet worden heet nu: Israël. En alle Joden zijn zionisten!?
Mijn tante Lene, die bijna 90 jaar is, vertelde mij vorige week, voor het eerst, hoe geniepig zij en haar familie behandeld waren door de Consul der Nederlanden in Frankrijk, waarheen ze gevlucht waren. En hoe pijnlijk het welkom was, terug in het Vaderland. De achterstallige rekeningen die ze moesten betalen en het niet terugkrijgen van hun bezittingen. En laten wij maar het zwijgen bewaren over de overlevenden uit de concentratiekampen die ook hier weer in kampen belanden, omdat ze door alle misère heen stateloos waren geworden.
Twee weken geleden mocht ik vernemen, bij de onthulling van een monument in Venlo, hoe de heer Philip Cohen na de oorlog een deurwaarder aan de deur kreeg die de achterstallige waterrekening kwam opeisen. Niet van de privéwoning van de heer Cohen, maar van een lekkage in 1943 in de synagoge. Hij was Jood en dus moest hij de achterstallige waterrekening van de niet in gebruik zijnde synagoge betalen, want er was geen andere Jood meer over die kon betalen. Gelijk ik vandaag aansprakelijk ben en beschimpt mag worden voor al hetgeen in de Staat Israël fout zou gaan, terwijl in de Israël omringende landen…………………
En toch lazen wij gisteren in de wekelijkse voorlezing uit de Thora in alle synagogen ter wereld, hoe de Hogepriester Aäron de Menora moest aansteken in de Tempel. Joden worden een volk van priesters genoemd. Wij hebben een dienende functie. Van ons, en van ieder die echt mens wil blijven, wordt een positieve bijdrage aan de samenleving verwacht. Wij mensen moeten de lichtjes ontsteken, de vlammetjes laten branden, licht brengen om duisternis te verdrijven. En daarom is het van vitaal belang dat wij, onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, hier blijven komen om te herdenken.
De namen van 1269 kinderen, mijn kinderen, onze kinderen, staan hier vereeuwigd op dit kindermonument……een kindermonument. Eén duizend, twee honderd en negen en zestig namen, kinderen, vermoord, veel en veel te vroeg, onbegrijpelijk en onaanvaardbaar.
Toen voor de Lubavitcher Rebbe, rabbi Joseph Jitschak Schneerson, een spion van de KGB stond die dreigde hem te fusilleren, reageerde hij met de volgende woorden: de dood is bedreigend voor hen die denken dat het na dit aardse bestaan voorbij is. Maar voor hen, die weten dat er ook na dit aardse bestaan een leven is, is de dood slechts een verandering van locatie. De zieltjes van onze kinderen van het Kindertransport, hun vlammetjes, blijven branden en vechten, hier, op dit monument, tegen een alsmaar donker wordende duisternis. Ze zijn eeuwig, niet te doven, gelijk het eeuwige licht in de Tempel in Jeruzalem. Hier op dit kindermonument stralen zij hun warmte, pijn en waarschuwing uit, want alleen hun lichaampjes werden hen ontnomen. Op hun zieltjes, hun nesjommes, kon de vijand geen grip krijgen, niet toen, niet nu en niet morgen! Hier, vanaf dit monument, blijven zij ons steunen vanuit de hogere werelden, in de nabijheid van de Allerhoogste en ons bij voortduring wijzen op onze plicht om mens te blijven, ook in de duisternis.

11 juni 2017 Opperrabbijn Binyomin Jacobs

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

1 reactie to Herdenking Kindertransporten Vught 2017, Toespraak Opperrabbijn B. Jacobs

  1. Geachte rabbijn Jacobs

    Vanmiddag heb ik samen met mijn kleindochter het kindertransport herdacht in Kamp Vught.

    Ik kom al jaren op 4 mei bij de Dodenherdenking in Kamp Vught en dit jaar voor de eerste keer met mijn kleindochter.

    Ook vandaag was het haar eerste herdenking van het Kindertransport.

    Ik was blij verrast dat ze me in het begin van het jaar liet weten een werkstuk en een spreekbeurt te gaan houden over Anne Frank.

    Ik vroeg haar toen waarom ze dit had gekozen. Ze zei me toen: “Opa, jouw moeder, mijn overgrootmoeder, heeft toch ook in een kamp gezeten tijdens de tweede wereldoorlog?

    Misschien kun je mij wat vertellen hoe dat is geweest.”

    Ik zei haar dat ik deze vraag al eens aan mijn moeder had gesteld toen ik zo ongeveer 10 jaar oud was. Ze zei me toen dat ik nog te jong was om dat te weten en me dat wel eens later zou vertellen. Toen ze ziek werd en ik de durf had om een half jaar voor haar overlijden nogmaals te vragen hoe het was geweest zei ze me: “Beter om het je niet te vertellen hoe erg dat was. Dit neem ik mee in mijn graf.” Ze is in 2001 overleden. Ik was toen 54 jaar oud.

    Benthe en ik zijn toen eerst naar de dodenherdenking geweest. Later individueel Kamp Vught bezocht. En toen naar het Anne Frank huis.

    Vanmiddag dus de herdenking van het kindertansport.

    Ik was erg geraakt door uw toespraak en op onze weg terug naar de ontvangstzaal vroeg ik U of het mogelijk zou zijn om uw toespraak ergens te kunnen terug lezen.

    U zei me om een mailtje te sturen. Dus bij deze.

    Ik hoop – ik weet het bijna zeker gezien haar interesse – dat mijn kleindochter die volgend jaar naar de VWO gaat verder zal gaan met het vertellen over de Tweede Wereldoorlog en dat wij zoiets verschrikkelijks nooit meer mag gebeuren.

    Ook vraagt ze mij waarom nóg steeds op de wereld zoveel erge toestanden gebeuren. Ook zij vond uw toespraak – net zoals ik – erg ontroerend.

    Zelf heb ik de oorlog niet meegemaakt maar de verhalen van mijn ooms en tantes aangehoord.

    Hoe de neef van mijn vader die in het verzet zat is gefusilleerd in Oisterwijk. Hoe de broer van mijn opa is omgekomen in het jappenkamp. Zoals ook zijn schoonzoon in Thailand in het kamp bij de River Kwai. Ik laat elk jaar via de Oorlogsgravenstichting op hun verjaardagen een bloemstukje leggen.

    Ook in Polen (mijn moeder was Poolse). Het verhaal van de schoonvader van mijn neef die als had wat wodka op had mijn zijn nummer liet zien in zijn onderarm getattoeëerd. Hij had Auschwitz overleefd.

    Uw kaddisj deze middag met het boek in uw rechterhand en de boodschap die U uitsprak raakte een gevoelige snaar in mij. Ook ik was in gedachten bij al die namen maar ook bij mijn familieleden die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. En zij die zijn overleden.

    Rabbijn Jacobs, mijn mailtje is wel wat lang geworden maar ik heb maar meteen mijn gedachten opgeschreven die ik vandaag allemaal heb ervaren. Het gaf mij toch een blij gevoel dat mijn kleindochter aanwezig was. Ze vroeg me of ze – als wij op bezoek gaan naar de familie in Polen – mee mag en of we dan op de dag dat ze twaalf wordt op 18 juli naar Auschwitz-Birkenau gaan. Uiteraard zei ik geen nee en zei haar dat ik bijzonder trots op haar ben.

    Voor haar werkstuk en spreekbeurt had ze een 10. Ze kreeg zowel in Kamp Vught alswel in het Anne Frankhuis veel informatie mee om haar werkstuk toe te lichten.

    Ik hoop dat U mij uw toespraak en de woorden die U tijdens de kaddisj uitsprak met mij wilt delen.

    Ik dank U alvast hartelijk.

    Vriendelijke groeten

    (Naam en adres bij ons bekend)

Laat een reactie achter