Jacobs’ Chanoeka-toer, dag 5 – Den Haag

Geachte chanoeka dagboek lezer: ik ben er nog! Hoewel de hoogwerker naast de grootste menora ter wereld meer schokte dan vorige jaren en ik geen parachute bij me had om “in geval dat” het gevaarte te verlaten, was het al met al toch een bijzondere gebeurtenis in Den Haag voor het Vredespaleis. Vanuit het luchtruim probeerde ik het aantal aanwezigen te tellen, maar omdat ik én moest aansteken én de menigte moest toespreken, lukte dat niet. Maar ik schat dat er zeker tussen de duizend en tweeduizend mensen stonden.

De Joodse Gemeente Den Haag en Christenen voor Israël hebben via de reusachtige menora, via de politici die het woord voerden, via de Haagse Joodse Zangertjes en via hun rabbijn Shmuel Katzman aan de hele wereld getoond hoe mooi en belangrijk de boodschap van Chanoeka kan zijn. Kan zijn? Moet zijn. Want uit alle toespraken bleek duidelijk dat er gevaar dreigt, groot gevaar. Mevrouw Gerdi Verbeet, voorzitter van het 4 en 5 mei Comité en oud-Tweede Kamervoorzitter, gaf aan hoe belangrijk het is om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Even zozeer moeten wij ons erin blijven verdiepen hoe het zover heeft kunnen komen, niet voor het toen, misschien ook niet voor het nu, maar wel voor morgen. Het Vredespaleis stond in mijn optiek bijna cynisch op de achtergrond. Wat een Paleis is, weet ieder mens. Maar wat is vrede? Vrede is relatief. Wat de een als vrede beschouwd kan door de ander als oorlog worden opgevat. Is het glas half vol of half leeg? Het lijkt positief te zijn als het volle gedeelte een lekker gezonde drank bevat. Maar als in het halfvolle glas gif zit, dan is het half lege glas aanzienlijk gezonder! Elkaar tolereren, daarom draait het in onze maatschappij en dat lukt maar niet erg goed.

Echter, er ging nog iets vooraf aan het buitengedeelte van deze unieke bijeenkomst: een “ontvangst” in het Zeeheldentheater. Daar werden contacten gelegd, afspraken gemaakt, genetwerkt en daar werd ook het een en ander aangepast. Mevrouw Verbeet wist dat zij het eerste licht zou mogen aansteken in die reuzenmenora. Wat ze niet wist, was dat ze een helm zou moeten dragen en van een tuig zou worden voorzien. Een helm was aanvaardbaar en jammer dan van de prachtige hoed die ze speciaal had opgezet. Want een helm over een hoed of een hoed op een helm, dat staat niet. Maar dat tuigje weigerde ze pontificaal. Dus geen tuigje voor haar en dus ook niet voor mij. Maar ook de helm werd afgeschaft en dat vond ik dan weer niet zo leuk. Want gelijk hond bijt man, de pers niet haalt, maar man bijt hond, wel. Zo ook is een foto van rabbijn met hoed, geen nieuws, maar rabbijn met helm wel. Ik had er al van gedroomd. Voorpagina New York Times: rabbijn met helm en op de achtergrond het Vredespaleis waar het Internationale gerechtshof zitting heeft. Geen helm dus en ook geen New York Times!

Maar wel een duizendkoppige menigte die echte vrede wil en de Joods gemeenschap en Israël steunt. En natuurlijk de heerlijke bremzoete soefganiot, koffie, soep en latkes. Wat een licht, wat een eensgezindheid. Dit was onvergetelijk. En nu: op naar bed. Daarna opstaan en dan Middelburg en Utrecht. Een vrolijke Chanoeka. Iedereen geniet. En ik betreur het dat ik voor niets mijn levensverzekering had verhoogd vanwege de hoogwerker die achteraf bezien wel meeviel.’

Opperrabbijn Binyomin Jacobs (IPOR en voorzitter van het Nederlandse College voor Rabbinale Zaken) maakt ook dit jaar weer een ronde langs verschillende menora’s in heel Nederland, om deze in het openbaar aan te steken. Net als in voorgaande jaren schrijft hij een dagboekverslag voor Jonet.

Bron: Jonet.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Laat een reactie achter