Opperrabbijn Jacobs verdedigt bij Joods monument Vlissingen multiculturele samenleving

De Nederlandse Opperrabbijn Binyomin Jacobs greep de onthulling van het Joods monument in Vlissingen dinsdag aan om te waarschuwen tegen onverdraagzaamheid en een lans te breken voor de multiculturele samenleving. De plechtigheid trok ruim tweehonderd belangstellenden.

Jacobs hield een toespraak waarin hij vluchtelingen die naar Nederland komen opriep onze multiculturele samenleving te accepteren. “Natuurlijk moeten wij vluchtelingen onvoorwaardelijk redden”, aldus de rabbijn. “Maar wij moeten hen wel vragen onze samenleving te accepteren of hen tenminste vanaf dag één uitleggen dat burgers hier de vrijheid hebben om te denken wat zij willen. Anders plegen wij zelfmoord. Dan laat je mensen toe die geleerd hebben, niet anders weten dan dat je andersdenkenden kunt vermoorden. Wij moeten hen dat niet kwalijk nemen, zij zijn zo opgevoed, maar wíj schieten te kort als we hen er niet van doordringen dat het hier een andere wereld is waarin anders wordt omgegaan met andersdenkenden en vrouwen.”

Het monument, een gespleten granieten zuil, is opgericht ter nagedachtenis aan de veertig Vlissingse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd en niet terugkwamen. Hun namen zijn in het graniet gebeiteld. Jacobs uitte er zijn zorg over dat antisemitisme nog steeds bestaat en soms zelfs wordt geduld. “Als op school het vermoeden bestaat dat een kind seksueel is misbruikt treedt, terecht, een heel scala aan maatregelen en hulpverlening in werking. Maar wat gebeurt er als leerlingen spreken over vuile rotjoden of zich anderszins racistisch uiten? Niets. Men heeft mij verzekerd dat er een protocol is gemaakt, maar niemand weet waar het ligt. Ik begrijp het wel een beetje, omdat dit soort uitingen minder grijpbaar is, maar als we dit op zijn beloop laten, waar gaat het dan naartoe? Dat is doodeng.”

Jacobs: “Dit monument is een waarschuwing, een les en een actie vóór onze multiculturele samenleving. En tégen eenieder die deze samenleving weigert te accepteren.” De opperrabijn staat er huiverig tegenover om het gedenkteken als educatief object te zien. “Op de eerste plaats is het een matsewa, een grafzerk, voor die veertig mensen die zo graag hier in Vlissingen normaal hadden willen sterven en normaal begraven hadden willen worden.”

Burgemeester Letty Demmers van Vlissingen zei in haar toespraak dat in de gemeentelijke archieven van Vlissingen geen enkele aantekening of notitie is teruggevonden waarin melding wordt gemaakt van de deportatie van de Vlissingse Joden op 24 maart 1942. Jacobs zei daar na de plechtigheid desgevraagd over: “Als je een deel van je bevolking zomaar laat wegvoeren zonder daar zelfs maar notitie van te maken – ik praat nog niet over in opstand komen – ben je toch verkeerd bezig. Maar je ziet nu eenmaal dat in zulke situaties het aantal mensen dat goed is maar een kleine groep vormt, en datzelfde geldt voor het aantal mensen dat fout is. Wat eng is, is de meute, die meeloopt. In Oekraïne zijn Joden door toedoen van Oekraïeners zelf, niet door Duitsers, naamloos in talloze massagraven terechtgekomen. Ik ben daar bij een rivier geweest waar Joodse kinderen uit een weeshuis die tijdens eerdere pogroms wees waren geworden bij een wak in het ijs het water in werden geknuppeld. Er was daar in de buurt een massagraf met duizend kinderen. Geen monument, geen naam, niets. Volkomen anoniem. Hier in Vlissingen, ook aan het water, hebben de doden dankzij dit monument gelukkig nog een naam gekregen.” Het gedenkteken staat op de Oranjedijk aan de Westerschelde.

Bron: Reformatorisch Dagblad

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Laat een reactie achter