Tsedaka

Op 17 Tammoez werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem. Op 9 Av, drie weken later, werd de Tempel verwoest. Een van de redenen van de verwoesting en het daaruit voortvloeiende ballingschap, waarin we ons tot de dag van vandaag nog steeds bevinden, was het gebrek aan onderling respect. Het is interessant te zien waarom het  galoeth, het ballingschap, over het Joodse volk is gekomen, maar nog veel interessanter is de vraag: hoe komen we uit het ballingschap? Hoe kunnen we repareren wat toen fout was gegaan.

Een van de tools, werktuigen, om de opgelopen schade te herstellen is het geven van: Tsedaka. Tsedaka betekent vrij vertaald: liefdadigheid. Maar is de juiste vertaling van tsedaka wel liefdadigheid? Letterlijk vertaald betekent tsedaka namelijk rechtvaardigheid. Lief zijn of recht doen is niet hetzelfde. Als ik lief ben voor mijn medemens dan ligt daarin besloten een zekere vorm van vrijwilligheid. Als ik daar en tegen me naar de ander rechtvaardig opstel, dan ontvangt hij iets waarop hij recht heeft, het komt hem toe!

Er wordt een groot diner georganiseerd om geld in te zamelen voor Israel. Luide wordt aangekondigd dat Mr. Cohen $20.000 geeft. Er volgt een gigantisch applaus en Mr. Cohen staat buigend en glunderend op om het applaus in ontvangst te nemen. Begrijpt u mij niet verkeerd: het is geweldig dat Mr. Cohen een dergelijk enorm bedrag schenkt aan het goede doel, maar de vraag dringt zich op: geeft Mr. Cohen voor het goede doel of voor het applaus? Mr. Cohen had die $20.000 ook in een gesloten envelop aan de organisatie kunnen overhandigen, anoniem….

We leren in de Talmoed: tov sjeberofiem legehennum – de beste der artsen belanden in de hel. Het woord tov lijkt hier niet op zijn plaats. Er had moeten staan: de meeste artsen of de slechte artsen belanden in de hel. Wat doet hier het woord tov dat goed betekent?

Iedere letter in het Hebreeuws heeft een getallenwaarde. Het woord tov heeft als getallenwaarde zeventien. Van iedere Jood wordt verwacht dat hij dagelijks drie keer het achttiengebed uitspreekt. In dit hoofdgebed spreken we achttien loftuitingen uit op G’d. Wij prijzen Hem dat Hij ons vergeeft, dat Hij onze gebeden verhoort etc. In een van de achttien loftuitingen loven wij de Eeuwige dat Hij de zieken geneest. De arts die deze lofzegging overslaat, en dus maar tov –zeventien- uitspreekt, omdat hij ervan overtuigd is dat hij, de dokter, en niet de Eeuwige zieken geneest, deze arts belandt uiteindelijk in de hel. De arts heeft de kennis om het juiste pilletje voor te schrijven en de genezing te brengen. Maar of die genezing inderdaad komt, hangt van iets Hogers af. De arts is slechts de gezant via wie de Eeuwige de genezing kan brengen. Als de arts echter zichzelf ziet als de echte en almachtige genezer, dan is hij verkeerd bezig.

Maar los van de verkeerde opstelling van de arts in zijn eigen beleving: Hoe ervaart een patiënt een behandeling van een arts die zichzelf G’d, de Genezer, waant? En hoe anders voelt het om een hulpverlener te hebben die dankbaar is om te mogen helpen?  Bij voortduring moet ik mijzelf een spiegel voorhouden en mezelf afvragen: Geef ik omdat ik wil helpen of geef ik om mezelf als weldoener een goed gevoel te geven?

Binyomin Jacobs, opperrabbijn

De Drie Weken 5775

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Laat een reactie achter