Vluchteling krijgt zegenbedes en vermaningen in stadhuis Arnhem

Elkaars nieren proeven; dat was maandagmiddag de opzet van en ontmoeting tussen Arnhemse asielzoekers en vier religieuze leiders. „Mijn brandende vraag? Respecteren jullie de staat Israël?”

Een excursie is het niet, maar qua ontvangst en sfeer doet de bijeenkomst in het Arnhemse stadhuis er niet veel voor onder. Obers met exotische hapjes lopen af en aan. Op de achtergrond klinkt zachte, vrolijke muziek. Het zijn de klanken van het snaarinstrument van een Syrische vluchteling; door de gemeente Arnhem en twee lokale vluchtelingenorganisaties speciaal voor deze middag naar het stadhuis gehaald. Zo’n honderd vluchtelingen lopen een beetje onwennig door het auditorium. Annemarie die vrijwilligerswerk doet in hun tijdelijke onderkomen, de voormalige Koepelgevangenis, is hun gids en aanspreekpunt. In het Arabisch dat ze beheerst dankzij een 12-jarig verblijf in Egypte stelt ze de vluchtelingen op hun gemak.

Wat de asielzoekers qua religie van Nederland kunnen verwachten? Druk gebarend en in rap Arabisch schetsen de Syrische neven Mossab en Zuhair, beiden moslim, hun verwachtingspatroon. „Ze hopen op een goede ontmoeting met andere geloven”, tolkt Annemarie. Als de Arabische woordenstroom is opgehouden vat ze samen: „Voor de burgeroorlog gingen de verschillende stromingen in Syrië vreedzaam met elkaar om. Ze hopen vanmiddag te horen hoe dat in Nederland is.”

De Arnhemse burgemeester Kaiser (CDA) behandelt voor de vluchtelingen de vaderlandse geschiedenis. „Willem of Orange” en diens strijd om de godsdienst- en gewetensvrijheid gedurende de 80-jarige oorlog staan centraal. De burgervader blijkt een geboren verteller. „Vier religieuze leiders naast elkaar op een rij; in Nederland is dat niets ongewoons”, vertelt hij zijn gehoor. Hij wijst naar imam Mohammed Cheppih, scriba ds. A. Plaisier van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), aartsbisschop Polycarpus van het Syrisch-orthodoxe bisdom Nederland die voor de vluchtelingen zijn gewone naam Augin Aydin verklapt, en opperrabbijn Binyomin Jacobs. „In een democratie gaat het om de dialoog”, geeft Kaiser de asielzoekers mee. „Respect is niet: Als jij mij met rust laat, laat ik jou met rust. Dat is een kille democratie.”

Als de vier leiders de vluchtelingen mogen toespreken, wisselen hartelijke zegenbedes en milde vermaningen elkaar af. „Namens de hele joodse gemeenschap hoop ik dat jullie van vluchtelingen volwaardige ingezetenen van Nederland mogen worden. Gods zegen toegewenst”, spreekt Jacobs.

„Ga met elkaar in gesprek en dien elkaar”, aldus ds. Plaisier. Dan is er ruimte voor informeel contact. Kaiser maakt het niet 100 procent vrijblijvend. „Als de vluchtelingen u straks aanschieten, wat hoopt u dan dat ze u zullen vragen?”, wil hij weten van de vier leiders. „Hoe kan ik vrede en toekomst vinden in dit land”, zegt Polycarpus. „Alles wat ze op het hart ligt”, antwoordt Cheppih. Ds Plaisier: „Wat verwacht u van ons? Wat kunnen wij Nederland geven, als dank voor het geboden onderdak?” Jacobs heeft een brandende vraag, waarover hij open en eerlijk in gesprek wil gaan met de overwegend islamitische vluchtelingen: Wat vindt u van de staat Israël?”

Het gezicht van de Syrische Zuhair betrekt. Kort en bondig formuleert hij zijn eerste reactie. „Jullie weten hoe een doorsneemoslim over Israël denkt. Als je de achtergrond daarvan wilt snappen, moet je zelf maar een kijkje gaan nemen in het Midden-Oosten. Meer wil ik er niet over kwijt”, tolkt Annemarie. De joodse gemeenschap in Nederland kan zeker rekenen op Zuhairs respect. Móet hij alleen hij respectvol zijn, of wil hij het na vanmiddag ook? „Wat stellen jullie lastige vragen”, zucht de Syriër. „Ik wil het ook. Zo goed?”

Hanna Hajjar, een Syrisch-orthodoxe christen uit Aleppo, wil na de bijeenkomst Polycarpus even aanschieten. „Ik wil hem vragen: Kent u de Syrisch-orthodoxe bisschop van Syrië? Weet u waar hij is en hoe het met hem gaat?”

Bron: RD.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Laat een reactie achter