Antisemitisme is niet het het grootste gevaar

 Het vernieuwde ‘Israëlcentrum’, het kantoor van Christenen voor Israël (CvI) in Nijkerk, opent op donderdag 26 oktober officieel zijn deuren. Naast de Israëlische ambassadeur Aviv Shir-On is opperrabbijn Binyomin Jacobs speciale gast. Stichting Christenen voor Israël gelooft dat de oudtestamentische belofte van een eigen land vandaag nog geldt voor de Joden.

1 Wat betekent het bestaan van dit Israëlcentrum voor u als Jood?

‘Ik ervaar het centrum als een oase van tolerantie en begrip voor Israël en voor Joden. In de geschiedenis zien we helaas een spoor van destructie vanuit het christendom richting jodendom: de kruistochten, de inquisitie, de Middeleeuwen en de houding van de kerk in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de kruistochten en in de tijd van de inquisitie hadden Joden het verkeerde geloof. In de Middeleeuwen waren wij de veroorzakers van de pest, in de Tweede Wereldoorlog hadden wij het verkeerde ras, en nu zijn alle Joden zionisten en is Israël het ultieme kwaad.

Geweldig dat Joden nu beveiligd worden door de Nederlandse overheid. Ik ben enorm dankbaar dat speciaal vanuit de christelijke wereld financiële steun wordt gegeven aan de Joodse dagscholen voor die beveiliging. Maar het is dieptriest dat dat anno 2017 nodig is, zo kort na de Tweede Wereldoorlog.’

2 Bevestigt een pand als dit niet dat Israël voor velen een apart land blijft?

‘Zeker! Israël is een apart en bijzonder land, Israël is het Heilige Land. Waarom? Kijk in de Bijbel en lees. God heeft zo beslist en niet de Verenigde Naties. En in dat land heeft Hij Jeruzalem uitgekozen om daar zijn tempel te laten bouwen alwaar zijn Aanwezigheid voor ieder zichtbaar was. De komst van de Messias is ook onlosmakelijk verbonden met Jeruzalem en de terugkeer van het Joodse volk naar het Heilige Land.’

3 Wat bedreigt Joden in ons land het meest?

‘U verwacht wellicht dat mijn antwoord zal luiden: antisemitisme. Maar ik denk dat er een grotere bedreiging is, genaamd: assimilatie en secularisatie. Overigens geldt deze bedreiging ook voor onze christelijke broeders en zusters. De kerken kampen met leegloop, en dat is niet goed. We zouden samen veel meer ten strijde moeten trekken tegen de ontkerkelijking.’

4 Nogal wat christenen hebben met de visie van Christenen voor Israël – dat de oudtestamentische landbelofte voor Joden nog steeds zou gelden – weinig op. Wat zou u tegen hen willen zeggen?

‘Neem de Bijbel in de hand en laat je niet misleiden door valse propaganda. Kijk hoe, helaas, helaas, in miljoenen schoolboekjes in de Arabische wereld haat jegens Israël en jegens Joden wordt gekweekt. Hoe kunnen we vrede verwachten als de jeugd vergiftigd wordt met haat en ook Nederland meebetaalt aan de uitgave van deze schoolboeken?’

5 Welke bijdrage kan het centrum leveren aan de oplossing van de spanningen tussen Israël en de Palestijnen in het Midden-Oosten?

‘De bijdrage die het ook nu levert in woord en daad. Christenen voor Israël geeft lezingen over Israël bezien vanuit de Bijbel. Juristen van Christenen voor Israël tonen hoe zelfs zonder de Bijbel Israël, vanuit internationaal recht, het recht heeft te bestaan. Maar ook door het organiseren van reizen naar Israël, hun krant, website en andere publicaties geven zij een geweldige steun aan Israël. Als mensen begrijpen waar Israël staat, kan er gesproken worden over hoe met het Palestijnse probleem om te gaan.’

6 Hoe leuk (of irritant) is het voor joodse gelovigen om het Israëlcentrum te bezoeken?

‘Ik denk dat de meeste Joden zich in het Israëlcentrum warm verwelkomd weten. Hoewel sommigen het niet kunnen vatten. Wat willen ze van ons? Waarom helpen ze Israël en gaat Christenen voor Israël door het vuur voor Israël? Die weinigen zijn onthutst en verbaasd. Maar ik geheel niet (meer).’

7 Hoort er wel of niet een kruis thuis in dit gebouw?

‘Of een kruis wel of niet moet hangen in het Israëlcentrum, is de keus van Christenen voor Israël. Als rabbijn is het niet aan mij om hierover een oordeel te vellen. Christenen en joden horen voor mijn gevoel samen te zoeken naar hun overeenkomsten en daar samen voor te strijden. Als we dan daarmee helemaal klaar zijn en de secularisatie en afgodendiensten uit de wereld zijn verwijderd, dan kunnen we gaan spreken over verschillen. Maar tot die tijd hebben we nog veel te doen.

Terug naar het kruis: ik weet uit ervaring dat in de ontmoetingen met katholieke bisschoppen, zij gewoonlijk hun ketting met daaraan een kruis uit respect voor mij onder hun jasje steken. Zij nemen daarmee geheel geen afstand van hun geloof, maar begrijpen wel hoe gevoelig dat kruis ligt in de Joodse gemeenschap vanwege de lange geschiedenis van vervolging gekoppeld aan het kruis.’

‘Katholieke bisschoppen steken gewoonlijk hun ketting met daaraan een kruis uit respect voor mij onder hun jasje.’
bron: Nederlands Dagblad 21 oktober 2017, 03:00
Gehard Wilts

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail