“Het spoor naar Auschwitz”

Een documentaire die op indringende wijze een vraag probeert te beantwoorden: waarom kwam er geen hulp? Waarom werd er geen enkele poging ondernomen om de massamoord verder te verhinderen? Waarom deed de wereld alsof ze niet wisten wat zich in de hel van Auschwitz afspeelde, terwijl ze het wel wisten? Waarom kregen de Nederlandse Joden geen voedsel pakketten van hun Rode Kruis? En waarom was er voor hen die de verschillende hellen hadden overleefd na de oorlog geen opvang? Waarom kreeg mijn vader na de oorlog geen medische hulp? Geen extra voedsel? En waarom werden de ruiten van zijn winkel ingegooid, nadat hij die eindelijk weer had teruggekregen en hij mocht proberen zich in zijn levensonderhoud te voorzien?
Recentelijk heeft het Nederlandse Rode Kruis zijn diepe en zeer oprechte verontschuldigingen aangeboden, nadat het duidelijk was geworden dat de historicus/onderzoeker van het NIOD had aangetoond na vier jaar onderzoek, dat, zoals zijzelf het kort samenvatte, het Nederlandse Rode Kruis NIETS had gedaan voor de Joden, niet in Nederland en niet in de concentratie kampen. En ook na de oorlog was de terugkomst van Joden naar bevrijd Nederland een ongekend traumatiserend drama. Wanneer volgt het oprecht gemeende excuus van de Nederlandse politie? Van de Nederlandse Overheid?
Vorige week trof ik een witte enveloppe met inhoud in mijn brievenbus. Een brief, afkomstig van een lokale huisarts. De arts schrijft mij dat een van zijn patiënten hem een Joods-kokertje, een mezoeza, had gegeven, omdat de patiënt af wilde van dat Joodse ornament. De niet-Joodse patiënt wist niet waar de mezoeza vandaan kwam, maar had er geen goed gevoel bij. Wel wist hij dat zijn grootouders hadden weten te profiteren van het niet-terugkeren van hun Joodse buren. Voor deze patiënt was de mezoeza iets dat hij niet meer in huis wilde en durfde te houden. De mezoeza had de oorlog overleefd, de buren niet. De patiënt voelde de aanwezigheid van de mezoeza als een soort vloek waarvan hij zich wilde bevrijden. De mezoeza, een houten kokertje met een bijna vergane Bijbeltekst als inhoud, ligt nu bij mij op een plank in mijn boekenkast, naast twee zilveren kidoesj bekers. Op de ene beker staat de naam Bernhard gegraveerd. Op de andere Siegmund. Neven van mijn vader die ik niet heb gekend en over wie mijn vader mij enkel en vagelijk heeft verteld dat het twee van zijn neven waren, vermoord met hun vrouwen en met hun kinderen…..Niets is er meer van hen over, geen foto’s, geen nazaten, geen broers en geen zusters. Slechts een zilveren kidoesj beker met een naam, die anoniem op een plank in mijn boekenkast prijkt, naast die waardeloze kleine half vergane houten mezoeza, die boekdelen spreekt.
De documentaire heb ik gezien, tot mij genomen, geschokt, maar helaas geheel niet verbaasd. Had dat spoor nu wel of niet gebombardeerd moeten worden? De meningen van de deskundigen lopen uiteen. Precisiebommen bestonden nog niet. En bovendien: de moffen zouden het gebombardeerde spoor binnen een mum van tijd weer op de rails hebben gezet. Aan slaven was geen enkel gebrek. In Boedapest, waar de spoorbruggen waren gebombardeerd, werden de Joden lokaal vernietigd. Een katholiek pastoor sleepte 119 Joden uit, als ik me goed herinner, een bejaardentehuis. Ze werden tegen de muur geplaatst en gefusilleerd, terwijl de pastoor uitriep: in naam van Jezus….vúúr. Zo vernam ik enige weken geleden van een Joodse overlevende van Boedapest.
Op twee oktober, mocht ik aanwezig zijn bij een herdenking, een herdenking van de grote razzia die die nacht in de Noordelijke Provincies goed voorbereid had plaatsgevonden. De burgemeester, het antisemitisme zeer scherp veroordelend, vroeg zich begrijpelijk en oprecht af: hoe zou ik als ik toen burgemeester zou zijn geweest, hebben gehandeld. En toen kwam een overlevende naar voren. De koudheid en laksheid, tijdens en na de oorlog, dat heeft hem het meest gekweld. De buren die na de oorlog zichtbaar teleurgesteld waren, omdat zij terugkwamen. De vrienden en bekenden die zich in de oorlog zonder al teveel aandringen loskoppelden van hen die eens hun vrienden waren, louter en alleen omdat zij Joods waren.
En dat zie ik in deze documentaire. Het gaat niet om de vraag of de rails wel of niet gebombardeerd had moeten of kunnen worden. Het gaat om de vraag die veel knellender is: hoe heeft de wereld kunnen wegkijken? Ja, er waren helden die met gevaar voor eigen leven mijn moeder hebben gered. Maar het percentage verzetshelden, of beter geformuleerd “mensen die mens bleven” was schrikbarend klein. Ja, ook het percentage collaborateurs was niet groot. Maar de meute, de grote meute, welke kant ging die op? En welke kant gaat die grote meute vandaag op? En morgen?
Voordat de Joden uit Egypte werden bevrijd, waren er eerst de Tien Plagen. De eerste plaag was dat het koude water van de Nijl veranderde in warm bloed. De eenvoudige betekenis is voor de hand liggend. De Nijl, de economische slagader van het verdorven Egypte, werd getroffen. Geld, roem, eigenbelang moesten eerst worden overwonnen, getroffen, om tot een bevrijding uit het kwaad te kunnen komen. Een diepere betekenis luidt: het koude water van de Nijl staat voor koudheid en laksheid. Dat koude water, de onverschilligheid en het wegkijken, moest veranderd worden in warm bloed, betrokkenheid en geïnteresseerdheid in de medemens, oprechte naastenliefde.
Het Spoor naar Auschwitz gaat voor mij niet over het wel of niet opblazen van dat spoor, maar over een bevriezende afschuwelijke en onmenselijke koudheid, die wij, als toeschouwers van nu, moeten transformeren, om te voorkomen dat…….

Binyomin Jacobs, opperrabbijn
Overhandiging van de documentaire “Het Spoor naar Auschwitz” 9 november 2017

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail