Jacobs’ Chanoeka Toer 5778 dag 3

Het was muisstil in de sjoel van Winterswijk. De Joodse Gemeente wilde de menora in sjoel aansteken en niet in de buitenlucht. Niet vanwege mogelijke regen, sneeuw of koude, maar om onder het licht van de brandende menora een lezing aan te horen. En omdat de Joodse Gemeente piepklein is en de sjoel vele lege plaatsen telt, is er een uitnodiging uitgegaan naar de niet joodse gemeenschap. De voorzitter, Mirjam Schwarz, opent en heet welkom. De burgemeester en een wethouder zijn aanwezig. Ik geef een uitleg over Chanoeka en kan het niet nalaten, juist met Chanoeka, de Tempel in onze hoofdstad Jeruzalem, onvermeld te laten. Ik benadruk extra luid HOOFDSTAD. De menora wordt aangestoken, iedereen zingt het Ma’oz Tsoer onder begeleiding van vioolspel en begin ik mijn lezing. Opkomend antisemitisme is de aangekondigde titel. Wel een gezellig onderwerp voor Chanoeka, dacht ik cynisch, dus ben ik maar begonnen met die grap van de sjlemiel en de monnik. Iedereen lag in een deuk, zelfs twee keer! Waarom, twee keer, vraagt u zich af? Als u dat wilt weten moet u maar een keer naar een lezing van mij komen luisteren. De lezing is erg in, helaas. Het was gedurende mijn verhaal muis en muisstil iedereen luisterde aandachtig. Niemand keek op zijn of haar horloge. Overigens vind ik het nooit erg als mensen op hun horloge kijken tijdens mijn lezing. Ik raak daarentegen wel geïrriteerd als ze daarna gaan luisteren of het horloge nog wel werkt……Hoe mijn waarschuwing is overgekomen? Wat aangekondigd stond als lezing was in feite een grote aaneenschakeling van eyeopeners. Want antisemitisme is zeker niet primair het probleem van de Joden, het is het tijdloze probleem van de niet-joodse samenleving die het keer op keer weer laat gebeuren, maar wel steeds is een andere verpakking. In de tijd van de kruisvaarders en de inquisitie was het een religieuze strijd, in de Middeleeuwen een medisch gevecht tegen de dragers van het virus dat de pest veroorzaakt. In de Sjoa hadden wij het verkeerde ras en nu zijn alle Joden zionisten, ook die Joden die bij hoog en laag blijven beweren dat ze tegen het zionisme zijn. Dat is dan jammer, denk ik dan stilletjes. En nu de na afloop verzamelde reacties: een Joodse mevrouw is dankbaar voor de aangereikte argumenten die zij weer kan gebruiken als haar niet Joodse kennissen Israël weer in het verdomhoekje proberen te plaatsen. Ze weet zich gevoed, zo noemde ze dat. Een niet-joodse man stond aan het eind op en riep luidkeels in de sjoel: ik ga mijn zondagse bezoek aan de kerk inruilen voor regelmatig sjoelbezoek. En heel terecht merkte iemand op: wij hoorden hier iets heel anders dan het geluid dat ons via de media bereikt. Ik doe mijn jas aan, neem natuurlijk eerst van ieder zoveel mogelijk persoonlijk afscheid en luister naar vele warme woorden die mij bemoedigend worden toevertrouwd. Gelukkig had ik weer een vrijwillige chauffeur, zodat ik mijn e-mails en telefoontjes niet hoefde te bewaren voor thuis, waar ik uiteraard ook mijn eigen menora nog ga aansteken. Snel naar huis om ook mijn dagboek van de derde dag aan de computer te dicteren en voorbereiden voor de sjabbaton in Middelburg. Ik verheug mij er al op, heel bijzonder en uniek.
Terwijl ik op het punt sta om de auto in te stappen (na deze prachtige gemengde bijeenkomst van Joden en niet-joden, menora aansteken en lezing, grapjes en antisemitisme), drukt een jongeman mij een envelop in mijn handen en vraagt mij indringend, maar tegelijkertijd heel nederig, om de envelop thuis pas te openen. Het blijkt een jongeman van 17 te zijn die schrijft dat zijn brief bedoeld is als een bemoediging voor het Joodse volk, opdat wij weten dat wij niet alleen staan in deze wereld. Omdat, zo schrijft hij, hij regelmatig te horen kreeg dat hij een Joods uiterlijk heeft, ging hij op internet op zoek naar Joods en Joden. En zo kwam hij bij de Menora en Binyomin Jacobs terecht. Hij wil meewerken om de spirituele duisternis, de secularisatie, te bestrijden en licht te verspreiden. Ik hoor u denken: nou en? Wat hebben wij daaraan? Wat koop ik ervoor? Moest Jacobs daarvoor naar Winterswijk?
Lieve denkers, helemaal fout! De jongeman is pas zeventien. Misschien als hij veertig is besluit hij om Israël te helpen, geïnspireerd door de Menora die hij in 2017 heeft zien branden in de sjoel van Winterswijk. Het is om dezelfde reden dat ik met regelmaat leerlingen liefst bij mij thuis ontvang en ze help bij het maken van een werkstuk over Israël en Jodendom. De leerling van nu is de politicus, leraar of journalist van morgen. Dat half uurtje Jacobs in mijn huis vol Joodse boeken heet: investering.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Sorry, comments are closed for this post.