Jacobs’ Chanoeka Toer dag 2 – Bussum

Eindelijk thuis en samen zitten we nu bij onze eigen Menora bij te komen, nadat we eerst de ‘gewone’ rabbinale problemen hebben weggewerkt. Wilt u weten wat voor mij ‘gewoon’ is? Een e-mail met een urgente hulpvraag betreffende een ruzie tussen een man en zijn vrouw. Een man die plotseling naar het ziekenhuis moest en de echtgenote in alle staten. Blouma, zo heet mijn echtgenote, zit al een uur aan de telefoon om die echtgenote te kalmeren. Een e-mail van een buitenlandse rabbijn die, naar zijn zeggen, vals wordt beschuldigd van kwaadsprekerij en mij vraagt om hem terzijde te staan. Een video bekeken waarop ik dans met drie kleine kleinkinderen rond de menora. Onderweg van Heemstede naar Bussum ben ik tien minuten in Amsterdam gestopt omdat ik een klein kwartietje over had om de kleintjes op z’n minst één keer gedurende Chanoeka te zien. Ik ben al bijna vergeten waar ik de menora vandaag, inmiddels gisteren, heb aangestoken! Alleen, zonder chauffeur en zonder echtgenote, gereden naar Heemstede waar ik om 17:00 uur de menora heb aangestoken. Was een lastige klus want het regende, was koud en waaide en bovendien had de kaars een erg klein lontje. Nu heb ik regelmatig te doen met kleine lontjes, maar die ontploffen juist erg snel en makkelijk…..hier was het ontsteken van het kleine lontje een hele klus! In Heemstede was het gebruikelijke repertoire: toespraak van de voorzitter, de Haarlemse rabbijn Spiero, burgermeester en mijn persoontje. Het was gezellig, knus en warm. Het Ma’oz Tsoer klonk daar voor het Stadhuis. Warm dus na afloop in het Stadhuis waar de bremzoete soefganioth ons stonden op te wachten, maar gelukkig ook gewone krentenbollen. Toen had ik nog wat tijd over en ben ik dus op weg van Heemstede naar Bussum even naar de drie bovenvermelde kleinkinderen gegaan om de benen te strekken.

Bussum was binnen. Maar ik had er geen moeite mee, want het bleef buiten maar regenen en regenen. Een nieuw parochet, voorhang in de synagoge, werd in gebruik genomen ter ere en ter nagedachtenis aan Joop Leib, voormalig bestuurder van de Joodse Gemeente en een bekend filantroop. Het was volle bak en prachtige muziek . Moeder en zoon, vluchtelingen uit Rusland, zingen en spelen indrukwekkend. IK had ze al een paar keer gezien en vooral gehoord in Maastricht. Ongelofelijk kundige meesters der kunst! De toespraakjes er omheen, de ceremoniemeester, de ontvangst aan het begin en de prachtige en royale receptie na afloop. Ik kreeg veel waardering voor mijn toespraak, en dat geeft een goed gevoel. Hoewel het eigenlijk een must is omdat de toespraak, Chanoeka, de nieuwe parochet en de reeds overleden schenker herdacht moesten worden. Vreugde en verdriet wisselen elkaar af. Alles liep gesmeerd, alleen het vinden van een parkeerplaats in Bussum is te vergelijken met het vinden van een naald in een hooiberg. Maar net voordat ik de naald c.q. de parkeerplaats had gevonden word ik gebeld. Een huilende vouw aan de lijn. Haar man is zojuist overleden, ze zit nog naast hem. Haar man heb ik goed gekend. Hij leek op mijn opa. Hij was een van de weinige tieners die de hel van de concentratiekampen hadden overleefd. We kenden elkaar al jaren, maar waren elkaar ook volledig uit het oog verloren. En nu is hij dan weer in de picture. Mijn gedachten rukken zich los van de realiteit van nu……..Ik herinner het mij als de dag van gisteren. De overledene, laten we hem Moos noemen, werd beschuldigd van diefstal van de uitkeringsinstantie. Hij had €5.000 gekregen voor een auto met aangepaste besturing, omdat bij Moos niet alle ledematen naar behoren functioneerden. Voor €2500 had hij een autootje weten te regelen en de €2500 die over waren, had hij gewoon over en dus in eigen zak gestopt. Moos heeft de kampen kunnen overleven door te stelen. En ook na de oorlog, toen hij als enige van zijn familie, terugkwam, moest hij zich in zijn eigen levensonderhoud voorzien. En dus stal hij als het hem uitkwam. Nooit iets dat overbodig was, maar zuiver en alleen om te overleven. Dit steelgedrag heeft hij ook na de oorlog doorgezet. Hij was immers alleen op de wereld. Hij stal nooit iets dat hij niet nodig had en in feite was hij een door en door goed en eerlijk mens. Maar nu was hij betrapt en de WUF, Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers, klaagde hem aan. Hij moest voor de rechter verschijnen. Ik heb een advocaat voor hem geregeld, die hem gratis wilde bijstaan. De beschuldiging was duidelijk, hij had €2.500 onwettig ontvreemd aan de WUF. De advocaat, een oud-leerling van mij, vroeg aan de rechtbank tegen het eind van de zitting of de rabbijn nog iets mocht zeggen en dat werd mij vergund. Edelachtbare, begon ik mijn verhaal, uiteraard is diefstal onaanvaardbaar en is het uw taak te straffen indien er bewust tegen de wet in is gehandeld. Maar houdt u er wel rekening mee dat diezelfde wet die aangeeft dat hij nu steelt hem indertijd naar het concentratiekamp heeft gebracht. Wel wil ik aangeven dat het mij zeer verbaasd dat de WUF, speciaal opgericht om oorlogsgetroffenen te steunen, hem voor de rechter sleept……..hij werd vrijgesproken.

Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven.

Maar bij de bijeenkomst in Bussum heeft niemand mijn verdriet en weer opgekomen boosheid bemerkt. Het was een geweldige happening, een schitterend parochet (vervaardigd door de kunstenares Jet Naftaniël), een sublieme sfeer en een imponerende eenheid, verwarmd door de vlammetjes van de menora en de perfecte organisatie.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Sorry, comments are closed for this post.