Toespraak bij de herdenking van het Joods Verzet.

Een medewerker van de Israëlische Ambassade vertrouwde mij toe hoe zijn visie op zijn eigen ouders veranderde tijdens de Jom Kippoer oorlog in 1973: ik keek neer op mijn ouders. Mijn vader kwam uit Polen en mijn moeder uit Duitsland. Als enigen van hun families hadden zij de oorlog weten te overleven. In Israël troffen zij elkaar in een kibboets en uit dat huwelijk ben ik voortgekomen. Ik keek neer op mijn ouders. Hun wederzijdse families hadden zich als lammetjes laten afslachten. Zij waren min of meer bij toeval de dans ontsprongen…..Ik ben Israëliër. Wij zijn sterk! Wij peinzen er niet over om weerloos naar de slachtbank te gaan.
En toen was het 1973, de Jom Kippoer oorlog. Ik was een luitenant van een tankbrigade. Door een tactische fout wisten wij ons omsingeld door het Egyptische leger. We konden geen kant op. Ik was doodsbang en smeekte G’d om hulp, voor mijzelf, voor mijn manschappen. En terwijl ik mij tot G’d richtte, voelde ik plotsklaps een enorme schaamte. Ik ben slechts een enkele dag omsingeld, de vijand is dusdanig ver weg, dat ik hem niet kan zien en hij heeft ook mij niet echt in het vizier. Wij zijn zwaar bewapend en het beste leger ter wereld zal ons komen redden………..Maar mijn ouders waren zeven jaar omringd door vijanden en vijandigheid. Wapens hadden ze niet en niemand, maar dan ook niemand, bekommerde zich om hen of was bereid hen te hulp te komen. En mij breekt het noodzweet uit na een halve dag.
En desondanks waren er vele Joden die zwaar in het verzet zaten. Feitelijk was hun situatie hopeloos, ze konden gewoon als mens, geen kant op. Ze moesten keihard zwoegen om te overleven. Maar desondanks vergaten zijn als het ware hun eigen hopeloze situatie en vochten in de frontlinies van het Verzet. Als we gaan zoeken zien we opstanden in de concentratiekampen, in de getto’s, verzetsdaden. Ik denk uit mijn eigen omgeving aan Adje Cohen, rabbijn Drukarch, opperrabbijn Berlinger. En ook aan die neef van mijn oma, Frijda was zijn familienaam. Hij gaf zich aan als zijnde de dader van een mislukte aanslag op een van de SS-kopstukken, want, zo redeneerde hij, wij Joden gaan er toch aan. En dan mijn oom Joseph, de broer van mijn oma. Met zijn valse papieren had hij zeker de oorlog kunnen overleven. Maar met zijn valse persoonsbewijs werd hij als niet-jood gearresteerd tijdens een verzetsdaad en zal verzetsstrijder gefusilleerd, niet als Jood.
Hoeveel verzetsstrijders zijn wij volledig uit het oog verloren? Omgekomen, vermoord, vergast omdat zij ondanks de bijna onmogelijkheid om als Jood te overleven, er nog een risico bijnamen: verzetsstrijder! Veel is er bekend over Joods verzet, maar veel en veel meer is volledig onbekend!
Als wij het gebed uitspreken ter nagedachtenis aan allen die vermoord werden in de concentratiekampen Auschwitz, Mauthausen, Theresienstad, Sobibor, Majdanek, Treblinka en de andere vernietigingskampen in het ballingschap in Europa. Als we die andere vernietigingskampen vermelden kennen we de namen niet eens, laat staan de slachtoffers. Volledige anonimiteit omdat van die concentratiekampen niets is overgebleven, zelfs geen gaskamer, terwijl hun aantal de honderd verre overstijgt. En zo vergaat het ook de Joodse verzetsstrijders. We kennen en noemen namen, maar van de akelig grote meerderheid weten wij niets meer. Niet hun verzetsdaden en niet hun namen. Via het duistere gat van de vergetelheid zijn zij in het niets verdwenen…..
Ik rijd met mijn auto op de provinciale weg tussen Elburg en Epse. In ’t Harde zie ik plotsklaps aan de kant van de weg een graf met een davidster. Ik stop en lees: Bachenheimer Theodore. H. Gevallen 22 oktober 1944 U.S. ’82 ND Airborne Division. Ik probeer achter zijn identiteit te komen. Wie was hij? Zijn ouders waren Duitsland ontvlucht toen het er te bedreigend werd. Hij vluchtte mee. Maar toen hij achttien was ging hij als vrijwillige parachutist terug naar Europa. Hij wilde strijden tegen de Nazies, hij wilde zijn mede joden redden en verzetsbewegingen steunen. Als een spion mengde hij zich ’s nachts tussen de Duitse soldaten, die dachten dat hij een van hen was, hij sprak immers vloeiend Duits. Hij oogde jonger dan hij was, maar wist essentiële informatie aan de geallieerden door te spelen. In Italië had hij zich ingezet, in Marokko en uiteindelijk in Nederland. Hij moest hier een verzetsgroep ondersteunen. Hij slaagde erin om moffen in de val te laten lopen. Maar uiteindelijk werd de hele verzetsgroep door verraad opgerold. Omdat hij Jood was en Amerikaan kreeg hij een speciale behandeling. Hij wist te ontsnappen maar uiteindelijk gevangen en neergeschoten, Ted Bachenheimer, langs die provinciale weg, tussen Elburg en Epse…
Zijn jonge vrouw heeft na de oorlog zijn stoffelijke resten laten overbrengen naar Hollywood, waar hij zo kort met zijn lieve vrouw mocht wonen. Zijn naam kennen we nog, zijn rustplaats is bekend. Maar hoeveel Bachenheimers zijn er die totaal niets hebben kunnen nalaten? Zelfs geen leeg graf. Om speciaal hen te herdenken blijven wij hier jaarlijks bijeenkomen.

Binyomin Jacobs, opperrabbijn
25 februari 2018, Joods Verzetsmonument Waterlooplein te Amsterdam.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Sorry, comments are closed for this post.