Zweven tussen Nederland en Canada – Jacobs’ Chanoekatoer (dag 4)

Terwijl jullie in Nederland het vierde lichtje van Chanoeka aansteken, vlieg ik ergens boven de Atlantische Oceaan. Ja, u heeft er begrip voor: de barmitswa van een kleinzoon gaat voor. Dat klinkt logisch. Maar toch heb ik het er moeilijk mee. De uitdrukking ‘het hemd is nader dan de rok’ is mij welbekend. Maar voor mij bestaat dat hemd-rok verhaal niet. Ik voel me verbonden met onze Joodse gemeenschap, met Israël en met allen die zich met hart en ziel voor Israël inzetten, ongeacht of er wel of niet sprake is van bloedverwantschap.

Momenteel zweef ik dus letterlijk en figuurlijk tussen Nederland en Canada. De halagische vraag zou kunnen zijn of ik, hier in het vliegtuig, me aan de Nederlandse tijd van het aansteken behoor te houden of dat ik me moet richten op Montreal dat mijn reisdoel is. Telt alleen de lokale tijd terwijl ik meer dan 11.582 km boven de aarde vlieg? Voor alle drie valt wat te zeggen, maar ik vermoed dat het vliegtuigpersoneel, hoe begripvol en vriendelijk ook, niet zal overlopen van enthousiasme als ik hier voor mij op het tafeltje de kaarsjes zal aansteken. Zelfs niet als ik de tekst van Ma’oz Tsoer aan alle passagiers ga uitdelen en iedereen even enthousiast meezingt zoals gisteren in Middelburg, eergisteren in Leeuwarden en zondagavond in Arnhem.

Ondertussen heeft de steward onze koosjere snack gebracht. Chag Sameach Chanoeka, wenst hij ons. Wat leuk, reageer ik met verbazing. Hoe weet u dat het Chanoeka is? Om een lang verhaal kort te maken: hij heeft een Joodse vader, maar doet er niets aan, zoals hij zelf snel aangeeft, alsof ik hem ervan verdenk een ultra-orthodox leven te leiden. Op mijn vraag, vragen staat toch immers vrij, of ik dadelijk de menora mag aansteken, antwoordt hij enthousiast dat hij geen enkel bezwaar heeft, hij doet graag mee. Alleen verwacht hij op een no smoking flight dat de piloot ogenblikkelijk zal ingrijpen. En dus hoop ik dat de kleinkinderen in Canada wachten met het aansteken tot wij er zijn.

Voordat ik op Schiphol in het vliegtuig stapte, ontving  ik een prachtig WhatsApp-berichtje met foto. De tranen sprongen me in de ogen. Leest u zelf: Я посетила её в совсем маленькой комнатке в чернигове. In het Nederlands betekent dat: ‘Bedankt dat u mij heeft geholpen en naar het Joodse weeshuis Alumim in Zhitomir hebt gebracht’.
Het was een totaal onverwachtse WhatsApp van Sofia uit Chernigov en een foto van haar bij de menora terwijl ze het vierde lichtje aansteekt. Enige maanden geleden hebben wij haar bezocht. Haar moeder zat in het Oekraïense leger. Wat ze daar deed, wist Sofia niet. Ook had ze geen idee wie haar vader was. Ze woonde in een piepklein en uitgeleefd stinkend kamertje. Een klein aardig meisje van nog geen dertien jaar oud, moederziel alleen in een grote koude betonnen kazerne vol soldaten die alles behalve een gedisciplineerde indruk maakten. Voor de kazerne waren ze aan het trainen: gewoon wat rondjes lopen, maar ik mocht absoluut geen foto’s maken. Kennelijk staatsgeheim.

Mendel Cohen, de rabbijn uit Mariupol belt me nog dagelijks. Vanuit mijn positie bij het Rabbinical Center of Europe ben ik voor hem een soort mentor/adviseur/begeleider/senior-rabbijn. Ruim vier jaar na de annexatie van de Krim en het uitbreken van de burgeroorlog in Oost-Oekraïne is Mariupol nog steeds oorlogsgebied. Doordat Rusland de toegang tot de haven heeft geblokkeerd, wordt de economische situatie nog nijpender dan die al was. Mariupol is een havenstad en drijft economisch op de ijzerindustrie, waarvoor aan- en afvoer van producten van essentieel belang is. Ondanks de oorlog, het regelmatig inslaan van raketten, het dagelijkse sneuvelen van de jonge ongetrainde soldaten, wordt daar Chanoeka gevierd op een openbaar terrein. Honderden mensen komen naar deze vieringen, de meesten Joods. Mendel ploetert door. Gedurende Chanoeka is de elektriciteit al twee keer uitgevallen. En toch dansen en zingen ze, omdat het nu nog kan en omdat het licht van Chanoeka voor hetere vuren heeft gestaan.

Het laatste stukje van dit dagboekverslag schrijf ik in het huis van onze kinderen in Montreal. We zijn aangekomen, hebben onze koffers uitgepakt en hebben de menora al aangestoken. Het vierde lichtje.  Ik dans bij het licht van de menora. En ook in mijn gedachte probeer ik hier te zijn…

Opperrabbijn Binyomin Jacobs (IPOR en voorzitter van het Nederlandse College voor Rabbinale Zaken) maakt ook dit jaar weer een ronde langs verschillende menorot in heel Nederland, om deze in het openbaar aan te steken. Net als in voorgaande jaren schrijft hij een dagboekverslag voor Jonet.nl. Het is de zesde keer op rij dat Jacobs voor Jonet in de pen kruipt en zijn ‘Jacobs’ Chanoeka-toer’ maakt. Bij uitzondering zal de rabbijn dit jaar ook Canada aandoen. 

bron: Jonet.nl

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Sorry, comments are closed for this post.